Het Liefdesconcilie
Een paar maanden geleden werd mij door de post een merkwaardig pakketje
thuisbezorgd, waarin zich de bibliofiele uitgave van Panizza’s „Liebeskonzil“ in
grootformaat bevond. Een uitstekend gescand manuscript van het origineel uit
1894 („Liebesconcil“), samen met een transcriptie en commentaar, uitgegeven
door de New Yorkse professor Peter D.G. Brown. – Geen begeleidende brief. Geen
uitnodiging voor een recensie. De Belleville-Uitgeverij van Michael Farin is
fantastisch.
Ja,ja, het moge dan zo zijn, dat Kurt Tucholsky de Duitser Oskar Panizza
"de brutaalste en dapperste, de meest geestrijke en meest revolutionaire
profeet van zijn land“heeft genoemd, maar dat had mij nooit wat gezegd, totdat
in 1981 mij, bij het Openbaar Ministerie, een filmproducent aanklampte en vroeg
of ik een draaiboek wilde schrijven. Er was haast bij. Van ene Hanns Eckelkamp
had ik wel eens gehoord, maar van ene Panizza nog nooit. – De dossiers in mijn
kamer stonden langs de hele muur opgestapeld, ca 1.50 m hoog. Maar nu aan mijn
buro: een avontuur! Ik zei, wat ik in zo’n geval altijd zeg: „Ja!“ en
alsjeblieft niet meteen beginnen. Een draaiboek? – Voor een speelfilm. Door
Werner Schroeter. Die kende ik weer goed uit de tijd van films van anderen,
toen hij Rosa von Praunheim in 1969 bij „Zusters van de revolutie“ assisteerde,
hoewel hij toen allang door zijn eigen films beroemd was („Neurasia“) "Liebeskonzil"
kwam tot stand. Mijn eerste en enige draaiboek werd verfilmd. Een strafproces
tegen Panizza, wegens godslastering. Zijn toneelstuk was in de negentiger jaren
van de 19e eeuw niet alleen verboden. De schrijver, Panizza, werd in de Beierse
bajes opgesloten en vervolgens in het Beierse krankzinnigengesticht. Bijna
honderd jaar later voerde het Teatro Belli het stuk bij de muur van het Vaticaan
op. Schroeter zette de close-up in het juiste licht. De passende boulevardvoorpagina
moest zijn:
Voor de ogen van de heilige familie:
GOD kust DUIVEL TONGKUS!
Het moge duidelijk zijn, dat ik door de produktie was ingehuurd, om het
ingrijpen van het openbaar gezag, dat ook in 1981 werd verwacht, te dwarsbomen.
Op 31 juli 1962 was de staat nog tegen iemand opgetreden, die het had gewaagd
het „Liebeskonzil“ te drukken. Om tien uur ’s morgens zat in zijn huis in
Glücksburg argeloos de kleine uitgever Peter Jes Petersen, 26 jaar oud, een
boerenzoon uit Tröjelsby. Er kwamen indringers binnen: recherche-inspecteur
Dehne en recherche-opperwachtmeester Matern van de gerechtelijke politie uit
Flensburg, gewapend met huiszoekings- en inbeslagname-bevel 4 Gs 682/62 van het
kantongerecht Flensburg, in werking gesteld door het Ministerie van Onderwijs
en Cultuur in Kiel. De pers wees op het volgende: Glücksburg was de woonplaats
van ministerpresident von Hassel. En in Glücksburg regeerde een kuuroorddirecteur
– tegenwoordig is het Petersen, die daarop wijst – die ook als „politiedirecteur
van Bromberg“ en „beul van klein-Auschwitz“ wordt betiteld. Of het juist of
onjuist is, speelde voor Petersen geen rol, maar wel dat betrokkene zich in de kringen
van de ministerpresident bewoog.
Twintig jaar later. In februari 1982 draaide de film van het „Liebeskonzil“
op de Berlinale. Het team vertoonde zich op het verdomd grote toneel van het
Zoo-paleis. Haastig kroop ik in de rol van advocaat en bad de Wiesbaden de
juristencommissie van de centrale organisatie van filmindustrie (SPIO) de film
een strafrechtelijk bewijs van geen bezwaar toe te kennen. Zo gebeurde het, zij
het niet blijvend, afgezien van het feit, dat ik later zelf tot lid van deze
commissie opklom en softpornofilms voor de RTL liet passeren. Het is echter van
belang, dat tegen de film van het „Liebeskonzil“ in Oostenrijk toch een
strafproces in gang werd gezet, dat in 1994 tot een fataal en belangrijk
besluit van het Europees Gerechtshof voor de Rechten van de Mens leidde.
In strijd met de trend naar uniformering van de filmmarkt heeft het hoogste
Europese Gerechtshof, voor de beslissing gesteld, een afweging tussen kunst- en
godsdienstvrijheid te maken, de beslissingsbevoegdheid, buiten de landsgrenzen
om, direct aan de door een botsing van waarden getroffen gebieden verleend, en
wel in het besluit van 20 september 1994 aan de gemeenten in Tirol, die voor
ongeveer 80% katholiek en niet ontvankelijk voor minderheden waren. Het
Europese Gerechtshof voor de Rechten van de Mens heeft zich door dit besluit
incompetent verklaard, om voor Europa algemeen geldende richtlijnen, voor de
aan een strafrechterlijk filmverbod voorafgaande afweging van tegenstrijdige
grondrechten, vast te leggen.
In het geval van het Otto-Preminger-Institut versus Oostenrijk ging het om
het verbod van de film „Das Liebeskonzil“ in Oostenrijk; ook over de daar
eveneens verboden film „Gespenst“ van Achternbusch werd een hoger beroep
ingediend. Er is een voorlopige uitspraak gepubliceerd, over de gevolgen,
waarvan wij nog royaal de tijd zullen hebben, die te betreuren, in de serie A: Judgements
and Decisions, Bd. 295, van de Publications of the European Court of Human
Rights bij de uitgeverij Carl Heymanns Köln, Berlin, Bonn, München 1995.
Tien jaar lang was het van instantie naar instantie gegaan. In 1985 werd
het Otto-Preminger- Instituut voor audiovisuele mediavormgeving in Innsbruck,
dat de voorstellingen van het „Liebeskonzil“ had geprogrammeerd, door een
strafproces geteisterd: de film beledigde met de weergave van het weldra
honderd jaar oude toneelstuk, net als toen God de Vader, Maria en de Drie-eenheid.
De Tiroler strafkamer beaamde weliswaar, dat de film kunst was, maar „het zou
de gelovige doorsneemens van het Tiroler stempel in zijn religieuze gevoel
kunnen beledigen.“ De kopieën van het „Liebeskonzil“ werden in beslag genomen
en vernietigd.
Tegen de vernietiging van de kopieën van het „Liebeskonzil“ door de
Oostenrijkse strafkamer riep de organisator de hulp in van de Europese
Mensenrechtencommissie, die over de handhaving van de vrijheid van de kunsten
waakt (§ 10 van de Europese Mensenrechtenconventie). De commissie besloot, dat
Oostenrijk met het verbod de mensenrechten had geschonden en hield daarbij
rekening met het kader van handelingen, waarin de klassieke godsdienstsatire
van Panizza was ingebed. Als auteur van het draaiboek las ik met bijzondere
belangstelling, dat „deze trial story, die in zichzelf de vrijheid van de
kunsten bediscussieerd, een kritische distantie mogelijk maakt“. Maar te vroeg
gejuicht. Het was juist deze waardering van de commissie, waartegen de
Oostenrijkse regering vervolgens naar het Straatsburgse gerechtshof toog; zij
vond dat „door het kader van handelingen de antigodsdienstige strekking werd
versterkt“- en werd ten slotte in het gelijk gesteld. De verdediger Prof. F.
Höpfel, uit Wenen, zag weliswaar nog een mogelijkheid om het over de tienjaarstermijn
heen te tillen. Maar het Innsbruckse instituut had er geen zin meer in. De
uitspraak was rechtgeldig.
Wij zullen dus in het vervolg, als er over verbieden van filmvoorstelling
beslist moet worden, onderzoek over de acceptatie op lokaal niveau moeten
instellen. Als kunst- en godsdienstvrijheid met elkaar in botsing komen, is het
volgens de permanente rechtspraak van het Europese gerechtshof niet mogelijk,
om in Europa een eenduidige opvatting over de rol van de godsdienst in de
maatschappij vast te stellen. Om die reden houdt het gerechtshof in het geval
van het „Liebeskonzil“ rekening met het feit, dat de Rooms Katholieke godsdienst
de godsdienst van de overweldigende meerderheid van de Tirolers is, en dat de
autoriteiten daar moeten verhinderen, dat iemand zich in zijn godsdienstige
geloof op een onwelkome en beledigende manier gekwetst kan voelen. Volgens de
uitspraak van het Europese gerechtshof zijn de nationale autoriteiten bevoegd
een dergelijke kwetsing te voorspellen en een film te verbieden, al naar gelang
tijdgebonden en lokale omstandigheden: "It is in the first place for the
national authorities, who are better placed then the international judge, to
assess the need for such a measure in the light of the situation obtaining
locally at a given time".
At a given time: nota bene. Zijn de tijden tien jaar later dan veranderd?
Laatste bericht. Actueel! In oktober 2005, op de Viennale, het Weense
filmfestival, heeft een filmexploitant uit Lienz mij aangekondigd, dat
Schroeters “Liebeskonzil” in 2006 in de bioscoopzaal zal komen. Ik was
sceptisch. Maar ik ben een Duitser, en Prof. Höpfel is een Oostenrijkse
specialist. Zwartkijken helpt niet! Dus goede moed en het beste ermee in Linz!
Als het daar goed zal gaan, wat moeten we dan met de andere katholieke bolwerken
in Europa? Wat met de in tolerantie weinig bedreven Poolse katholieken? Voor
alle gevallen kunnen we beter op het fatale besluit van het Eurogerechtshof terugvallen.
Dat was een meerderheidsbesluit (6:3). De overstemde rechters brachten in hun
dissenting opinions, die eveneens zijn gepubliceerd, de voor de hand liggende
bezwaren tegen de bedoeling van de hoogste rechterlijke instantie naar voren, namelijk
dat met inachtneming van plaats- en tijdgebonden omstandigheden voor films als
„Das Liebeskonzil“ in de toekomst in Europa een bonte lappendeken van
voorstellings- en verbodszones zou ontstaan. – Moeten de plaatselijke
gevoeligheden aan de discussie ontrokken en schriftelijk vast worden gelegd?
Wie beschermt de voor de filmkunst afgesloten minderheid in Tirol, die de kunstgreep
van de satire al kent? Hoe moet een distributiebedrijf de risico’s kunnen
inschatten om filmkopieën in te voeren?
Wat het Europese gerechtshof met de uitspraak over het „Liebeskonzil“ in
heel Europa weer invoerde, is die goede oude behoederspedagogiek, waarvan wij
geloofden dat die al decennia geleden was afgeschaft. Dat daardoor onervaren
gelovigen voor zoiets als satire zijn te behoeden, biedt echt slechts een
gelovige auteur zekerheid. Volgens de – in ieder geval eveneens afwijkende –
mening van het lid van de raad van uitspraak, Schermer, zou aan een verfilming
een soort van geloofskeuring vooraf moeten gaan: "If one does not believe
in God one cannot make a film about Him".
Als de praktijk van de filmkeuring in Duitsland zich heden bij voorbaat in
gehoorzaamheid wil oefenen, moet zij bij het vrijgeven van films rekening
houden met het Europa van de bij streek behorende regionale bijzonderheden van
godsdienstuitoefening en frustratietolerantie in Duitstalige landen.
Ik heb daarom een voorstel. Hoe zou het zijn om in de toekomst Panizza niet
naar regionale maar naar specifieke informatie vrij te geven, bijvoorbeeld voor
lezers van Konkret ?(het enige linkse publieke tijdschrift van Duitsland, in
1957 door een groep communistisch-pacifistische studenten in Hamburg opgericht)
Nog een ander aantrekkelijk perspectief zou voor de economische opleving
goed zijn. Een aantal jaren geleden was de film van het „Liebeskonzil“ het
thema op een censuurcongres in Salzburg. Om de film te zien, moesten de
toeschouwers in bussen over de grens naar het Beierse Freilassing worden
vervoerd. Filmverbod-toerisme! Dat zou toch handel voor de touroperators kunnen
worden, nu accijnsvrije reisjes en zwangerschapstoerisme een kwijnend bestaan
lijden!
Tja. Ik daag het noodlot uit. Ik praat me de blaren op mijn mond, en
waarschijnlijk gelooft opnieuw geen hond me. Wel eens van dat hele zootje
gehoord? Van dat grote Eurogerechtshof-schandaal? Hoe dan ook. De media zwijgen
bij ons. Maar in New York heeft Prof. D.G. Brown, Panizza-expert, over honderd
jaar kunst-censuur geschreven: "The Continuing Trials of Oskar Panizza: A
Century of Artistic Censorship". In de VS vrezen juristen, dat de
regionalisering van het „Liebeskonzil“ door Straatsburg een "ramifications
throughout the world" zal hebben. – Mondiale schade door Tiroler
katholieken? Moeten wij nu in Duitsland landkaarten over godsdienstmeerderheden
vervaardigen, om daar de filmdistributie op af te stemmen? Geen etnische, maar
godsdienstige separatie? Om je daar over op te winden, moet je kennelijk in New
York zijn.
De Panizza Trial is actueel. De fantastische "Liebeskonzil"-Uitgave
verschaft niet alleen de originele tekst en de meest recente proces-story. In
de nuttige verwijzingen bevinden zich ook een reeks websites, die je op de
hoogte houden.
Dietrich Kuhlbrodt
Deze tekst is het teerst verschenen in
januari 2006 bij Konkret
Oskar
Panizza: Das Liebeskonzil. Eine Himmels-Tragödie in fünf Aufzügen. Uitgave en commentaar door Peter D.G. Brown. 256 S. München 2005 (belleville Verlag
Michael Farin) Euro xxx
Online-Versie van het stuk te vinden: http://gutenberg.spiegel.de/panizza/liebkonz/liebkonz.htm
Das Liebeskonzil
BR Duitsland - 1981 - 95 min. FSK:
SPIO: X - Verhuur: Atlas – Eerste voorstelling: 12.3.1982 - Productiefirma:
Saskia/Trio - Productie: Peter Basting
Regie: Werner Schroeter
Boek: Dietrich Kuhlbrodt, Roberto
Lerici, Horst Alexander
Ontwerp: naar thema’s van Oskar
Panizza
Camera: Jörg Schmidt-Reitwein,
Stefano Guidi, Christian Englaender
Spelers:
Antonio Salines
Magdalena Montezuma
Kurt Raab
Renzo Rinaldi
Agnes Nobecourt